Libre

  • Tijdens de wedstrijd beslist de arbiter. Hierover is geen discussie mogelijk.
  • De arbiter dient de spelregels/reglementen van Biljartfederatie De Ronde Venen te volgen.
  • Voordat de partij begint met de keuzetrekstoot, d.w.z. de 2 stootballen worden op de acquitlijn gelegd, in het midden tussen het linkeracquit en de linkerband en in het midden tussen het rechteracquit en de rechterband. De rode bal ligt op het bovenacquit. Beide spelers(sters) stoten gelijktijdig hun stootbal naar de verste korte band, evenwijdig aan de lange band. Na het raken van de verste korte band door de gestoten bal gaat het er om, welke van de twee ballen het dichtst bij de korte band aan de afstootzijde komt. De speler(ster) wiens bal het dichtst bij de korte band komt mag bepalen wie er afstoot.
  • De speler die afstoot (van acquit gaat) begint de stoot met de ongemarkeerde of de witte bal. De acquitstoot moet over de rode bal gespeeld worden. De andere speler heeft op het eind van de partij de gelijkmakende beurt vanuit acquitpositie. De inspeeltijd is vastgezet op 3 minuten.

Acquitpositie (zie afbeelding)

op punt A komt de rode bal, dit is het bovenacquit punt B is het middenacquit, punt C is het benedenacquit, punt E is het rechteracquit en punt D is het linkeracquit. De speelbal komt op punt E of D te liggen, de andere op punt C.

  • Tijdens het caramboleren zit de tegenstander op zijn stoel
  • Een speler moet aan de arbiter toestemming vragen om de partij te verlaten.   Dit is pas toegestaan wanneer de speler aan de beurt komt.
  • Bij het uitspringen van een of meerdere ballen gaat de beurt over naar de tegenstander, een des ondanks gemaakte carambole is niet geldig. Alle ballen worden op acquit gelegd.
  • Bij ’n vastliggende stootbal tegen een of beide andere ballen en er is geen andere keuze, dan moet men van acquit.
  • Bij touché (is het aanraken van de ballen anders dan door een stoot, anders dan met de pomerans) gaat de beurt naar de tegenstander. De verkeerde bal stoten is ook touché. Bij een valse stoot (biljardé) gaat de beurt eveneens naar de tegenstander.
  • Diamonds zijn toegestane merktekens op de biljartrand. Het krijtje of iets anders mag hiervoor niet gebruikt worden.
  • Verboden zone; In de 4 hoeken, gemarkeerd door een krijt/ballpointlijntje van 17cm vanuit de hoek korte/lange band mogen slechts 2 caramboles gemaakt te worden, met die beperking dat bij de 2e carambole een van de aan te spelen ballen de zone verlaat. De arbiter zegt voor de eerste carambole “entree”, bij de tweede “dedans”. Wanneer 1 aan te spelen bal in de zone ligt en de andere op of tegen de lijn heet dit “a cheval”. In deze positie mag de speler onbeperkt door caramboleren.
  • Bij nog 5 caramboles dient de schrijver de arbiter te waarschuwen met de mededeling “en nog 5” vervolgens annonceert de arbiter dat aan de speler. Na elke verder gemaakte carambole annonceert de arbiter het aantal gemaakte en het aantal nog te maken caramboles.

Kader 38/2

  • Van acquit als bij libre.
  • Het biljartlaken wordt voorzien van krijtlijnen, waardoor er op het biljart 9 vakken ontstaan. In deze vakken gelden de zelfde bepalingen als bij het libre reeds besproken “verboden zone” Er is weer sprake van de positie “entree”, “dedans” en “a cheval”. Bij voorkeur worden de ballen in “a cheval” positie gedirigeerd, waardoor men kan scoren zonder de aanspelende ballen uit de vakken te rappelleren. In deze positie liggen de aan te spelen ballen zodanig dat zij gescheiden worden door een kaderlijn.
  • Het 2-tje van 38/2 staat voor het 2-stoots-kader, men mag in elk vak 2 caramboles maken. Bij de tweede carambole moet een van de aan te spelen ballen het vak verlaten.
  • Wanneer de speler nog 5 caramboles moet maken, zegt de arbiter: “en nog 5”.

3-banden

  • Van acquit als bij libre.
  • Wanneer alle ballen vastliggen moet men van acquit.
  • Wanneer 2 ballen vastliggen gaat de stootbal op punt C en de andere op punt B, als de stootbal vastligt tegen rood dan komt deze rode op A te liggen.
  • Wanneer een van de ballen uitspringt dan gaat die betreffende bal op punt C als het de stootbal betreft, op punt A als het de rode bal betreft en op punt B als het de andere witte bal betreft.
  • In plaats van “en nog 5” wordt bij driebanden met “en nog 3” geannonceerd.